Stoelen voor een klein appartement, wat er echt past en wat er alleen zo uitziet
Samenvatting: Een stoel voor een klein appartement kies je op voetafmeting, zitdiepte, deurmaat, looplijnen en gewicht, niet alleen op hoe klein hij op een productfoto lijkt. De juiste stoel verdient zijn vloeroppervlak. De verkeerde stoel wordt de ruimte zelf.
Een vriendin in Rotterdam kocht een replica van de Vitra Eames lounge voor haar appartement van 38 m², en hij stond in haar woonkamer als een kathedraalorgel in een kapel. Prachtig. Verkeerde schaal. De voetafmeting is ongeveer 84 x 84 cm, wat prima is op een tijdschriftfoto, maar absurd naast een tweezitsbank van 1,4 m. Ze hield hem vijf maanden uit koppigheid en verkocht hem toen op Marktplaats voor de helft van wat ze betaald had. Het appartement kreeg 30 procent van de vloer terug.
Dat verhaal is geen argument tegen mooie stoelen. Het is een argument om te meten voordat je op kopen klikt.
De meeste artikelen over "stoelen voor een klein appartement" die je tegenkomt, zijn lijstjes met stoelen waar de schrijver nooit op heeft gezeten. Dit artikel gaat vooral over de geometrie, de drempels en de paar eerlijke specificaties die bepalen of een stoel zijn plek verdient in een klein appartement of gewoon de stofzuiger in de weg staat.
De afmetingen die ertoe doen
Een normale fauteuil heeft een voetafmeting van ergens rond 85 x 90 cm. Stoelen voor kleine appartementen zitten tussen 65 en 78 cm breed en gaan zelden voorbij 80 cm diep. Dat verschil, 15 tot 25 cm in elke richting, is waar het hem zit.
Twee getallen die je bijna nooit op een productpagina ziet, maar wel zou moeten opvragen:
- Zitdiepte. Een diepe zitting (55 cm of meer) is heerlijk om in onderuit te zakken, maar slokt vloer op vóór de stoel. Een zitting van 46 tot 50 cm houdt je alert en rechtop, en geeft je ongeveer 5 cm loopruimte terug.
- Totale diepte op de vloer. De positie van de poten, niet de bekleding, bepaalt hoe dicht de stoel tegen een muur kan staan. Een naar achteren geveegde poot steekt 8 tot 10 cm voorbij het kussen uit. Meet tot de achterkant van de achterste poot, niet tot de achterkant van de rugleuning.
De zithoogte loopt van ongeveer 38 cm (lage Scandinavische kuipstoelen) tot 46 cm (formele fauteuils). Hoe lager de zitting, hoe groter de ruimte lijkt. Daarom staan midcentury-stoelen goed op de foto in kleine appartementen. Ze zitten visueel onder de vensterbank, en het oog leest de muur erboven als plafond. Het is een goedkope truc en hij werkt.
Dan is er nog de armhoogte. Een stoel met armen die tegen een lage tafel aankomen, is een stoel die je niet aan tafel kunt schuiven. Een armhoogte van 60 cm gaat over de meeste salontafels heen, maar blokkeert een bijzettafel van 55 cm. Als je maar plek hebt voor één stoel naast één tafel, moeten die getallen met elkaar overweg kunnen.
De testen die bijna niemand doet
Voordat je je vastlegt op een stoel in een klein appartement, besparen drie snelle checks je een hoop spijt.
De deurtest. De meeste Nederlandse appartementsdeuren zijn 73 tot 83 cm breed. Belgische en Duitse deuren zijn iets breder. Britse deuren zitten vaak rond de 76 cm. Een stoel die op papier prima oogt, kan weigeren door de deur te komen, vooral als de poten vast zitten en de armen breed zijn. Als de maker geen "draagbreedte" of een afmeting op de zijkant vermeldt, is de stoel breder dan je denkt.
De lifttest. Sommige gebouwen in Amsterdam, vooral de oudere met die krullende trappenhuizen, hebben liften ter grootte van een grote jas. De binnencabine is soms 80 cm bij 1 m. Een fauteuil van 1 m met niet-afneembare poten is een fauteuil die de trap op moet, en de trappen in die gebouwen draaien 270 graden om. Ik heb een bank twee dagen op een overloop zien vastzitten omdat niemand had nagemeten. Ze moesten betalen voor een takel.
De looplijntest. Ga aan de ene kant van je woonkamer staan, benoem waar je naartoe gaat (raam, keuken, boekenkast), en loop het. Stel je nu voor dat de stoel staat waar je hem wilt hebben. Als je er meer dan twee keer per dag omheen zou moeten zwenken, staat hij op de verkeerde plek, hoe mooi hij ook op de foto staat. Appartementen hebben geen looproutes in architectonische zin. Ze hebben de lijnen die je daadwerkelijk loopt, en een stoel die er een doorkruist, voelt enorm, zelfs als hij dat niet is.
Materialen en gewicht (de saaie helft)
Een stoel die je met één hand kunt verschuiven, is een stoel die je opnieuw zult plaatsen. Een stoel waar twee mensen en een onhandige tilpartij voor nodig zijn, is een stoel waar je een hekel aan krijgt.
Massief eiken met volledige bekleding en een geveerde zitting weegt rond de 18 tot 24 kg. Een stoel van gebogen hout of gevormd multiplex komt op 6 tot 9 kg uit. Dat verschil telt in een appartement van 45 m² waar de eetkamerstoel ook bureaustoel is en uiteindelijk de plek wordt waar je je ochtendjas op legt terwijl je je tanden poetst.
Bekleding in een klein appartement krijgt meer te verduren dan in een groot, omdat je vaker in dezelfde stoel zit. Let op een Martindale-schuurgetal boven de 30.000, afneembare hoezen als je veel kookt, en een frame van massief hardhout, niet grenen. Grenen frames gaan binnen een jaar doorbuigen als de stoel de enige zachte zitplek in het appartement is.
Een specifieke tip over poten: spits toelopende houten poten met messing dopjes zien er elegant uit en kerven je eiken vloer. Viltdopjes komen eraf als je de stoel sleept. Wat echt werkt, is een klein zelfklevend PTFE-glijdertje, het soort dat ze op eetkamerstoelen in cafés plakken. Vijf euro voor een verpakking van twintig en je vloer houdt op met klagen.
Wat je kunt overslaan
Een paar categorieën stoelen die eruitzien alsof ze in een klein appartement passen en dat meestal niet doen:
Een fauteuil op een draaivoet met een breed tonvormig lijf. Die ogen klein in de catalogus, omdat de draaivoet de geometrie van de poten verbergt, maar het lijf zelf is 80 cm breed en ze schuiven niet tegen een muur. Ze willen 1 m vrije ruimte om in te kunnen draaien.
Een stel "bijpassende accentstoelen" in plaats van één goede. Twee stoelen van 70 x 75 cm nemen meer vloer in dan één stoel van 85 x 85 cm, maar ze versnipperen de ruimte visueel. Appartementen ogen meestal groter met één samenhangende zithoek, niet met twee symmetrische.
De "clubfauteuil, verkleind". Clubfauteuils hebben een vorm die diepe kussens en hoge armen nodig heeft om te kloppen. Verkleind tot 70 cm breed zien ze eruit als een dik kussen op stelten. Het origineel vertaalt niet, het krimpt alleen, en de verhoudingen breken.
Een stoel met een uitklapbare voetensteun. Die zijn zwaarder dan ze lijken, gevoelig voor mechaniekstoringen en vrijwel altijd groter dan het specificatieblad suggereert wanneer ze uitgeklapt zijn. Ze horen thuis in woonkamers waar de stoel 1 m vrije ruimte vóór zich heeft, niet een salontafel op 60 cm afstand.
Hoe je echt kiest
Kies een stoel op basis van waar hij moet komen, niet op basis van welke je los het mooist vindt. Meet de ruimte (breedte, diepte, hoogte tot de vensterbank, afstand tot de looplijnen), meet de deur en de lift, en neem een rolmaat mee als je een showroom bezoekt. Zit minstens vier minuten in de stoel voordat je beslist. De meeste stoelen zitten één minuut prettig. De stoelen die het waard zijn om te houden, zijn de stoelen die na vijf minuten nog steeds prettig zitten.
Heeft je appartement een muur of nis die de halve catalogus opslokt, en een stoel die er bijna in past maar net niet helemaal, dan is dat precies het soort probleem dat knuslabs voor je oplost.